Wat is een beschermingsmaatregel?

Totdat je 18 jaar bent, sta je onder het gezag of voogdij van een volwassenen. Voor veel minderjarige kinderen zal dat één ouder of beide ouders zijn. Vanaf het moment waarop je 18 bent, sta je niet langer onder het gezag of de voogdij en ben je volgens de wet handelingsbekwaam. Met andere woorden: vanaf het moment waarop je 18 jaar bent geworden, mag je zelf beslissingen nemen over jouw eigen leven waaraan rechtsgeldige gevolgen gebonden worden. In de maatschappij gaan we ervan uit dat je tegen die tijd eigen afwegingen kunt maken en weet wat goed/belangrijk is voor je. Bijvoorbeeld: geef je geld uit aan die woning? Ben je in staat om alle lasten te blijven dragen? Doe je die operatie die de gespecialiseerde arts je heeft geadviseerd of accepteer je dat telefonische aanbod dat door die ene krant is gedaan voor je maandelijks moet betalen? Voor velen zal gelden dat ze hierover zelf beslissingen kunnen nemen. Maar sommigen kunnen deze beslissing minder goed of misschien helemaal niet nemen. Bijvoorbeeld omdat ze de gevolgen niet goed kunnen overzien, of door een beperking, een handicap, een verslaving of een ziekte. Ze hebben een helpende hand nodig om beslissingen te nemen en sommigen hebben iemand nodig die alle beslissingen over hen neemt. De wet veronderstelt echter dat eenieder die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, is staat is om zelf beslissingen te nemen, tenzij is gebleken dat iemand daartoe niet in staat is. Voor die gevallen biedt de wet drie opties: ondercuratelestelling, mentorschap en onderbewindstelling. Dit worden ook wel 'beschermingsmaatregelen' genoemd. 

 

Wat houden de maatregelen in en wat is het verschil tussen deze maatregelen? 

Er zijn dus drie verschillende beschermingsmaatregelen: een ondercuratelestelling, bewindvoering en mentorschap.

 

De ondercuratelestelling is de meest vergaande maatregel. Deze maatregel kan worden opgelegd als iemand tijdelijk of voor een lange periode niet in staat is om behoorlijk goede beslissingen te nemen of anderen in gevaar brengt als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand dan wel gewoonte van drank- en drugsmisbruik. Iemand die onder curatele wordt gesteld is niet langer handelingsbekwaam. Er wordt een curator aangesteld (door de rechter) en deze zal beslissingen nemen over de onder curatele gestelde. 

 

Daarnaast zijn er nog twee minder zware maatregelen: bewindvoering en mentorschap.

Als iemand onder bewind wordt gesteld, dan mag iemand geen financiële beslissingen meer nemen. Er wordt een bewindvoerder aangesteld en deze zal de financiën beheren. De bewindvoerder is financieel ook verantwoordelijk voor de financiën en moet jaarlijks verantwoording afleggen aan de rechtbank. 

In het geval van mentorschap wordt er een mentor aangesteld die beslissingen moet nemen over de persoon, omdat iemand zelf geen beslissingen kan nemen over zichzelf. Bijvoorbeeld: waar de persoon moet gaan wonen? Moet een medicatie gebruikt worden? 

 

Het verschil tussen ondercuratelestelling, mentorschap en onderbewindstelling is dat iemand bij een ondercuratelestelling handelingsonbekwaam is geworden en dat bij mentorschap en onderbewindstelling niet is. Bij ondercuratelestelling kan de onder curatele gestelde geen rechtsgeldige handelingen verrichten, terwijl dat dus wel kan bij mentorschap en bewindvoering. In de laagste twee gevallen is iemand dus gewoon gebonden. 

 

Overigens kan iemand zowel een mentor als bewindvoerder krijgen of een van de tweede. Het is niet mogelijk om de ondercuratelestelling te combineren met een van de twee andere maatregelen. 

 

Wie kan er een verzoek indienen? 

De persoon om wie het gaat, familieleden (tot een bepaalde graad) en instanties (via de officier van justitie). 

 

Wie kan er aangesteld worden als curator, mentor en/of bewindvoerder? 

De wet draagt een aantal personen voor die als curator, mentor en bewindvoerder kunnen optreden. Het gaat allereerst om de persoon die degene die de maatregel opgelegd heeft gekregen het liefst wil aanstellen. Daarna wordt er gekeken naar familie tot de vier graad. Als dat geen optie is, dan kan er ook een professionele instelling worden aangesteld. 

 

Wat als ik het niet eens ben met de beslissing van de rechtbank?

Als je het niet eens bent met de beslissing van de kantonrechter dan kan je hoger beroep instellen met een advocaat. Daar staat een termijn van drie maanden voor. Dat moet binnen drie maanden nadat de kantonrechter een beslissing heeft genomen (zie de datum die bovenaan de beslissing staat). Als je het dus niet eens bent met een beslissing van de kantonrechter dan adviseren wij je om zo snel mogelijk een advocaat te benaderen. Als je te laat hoger beroep instelt, zal het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Dat betekent dat het gerechtshof niet inhoudelijk naar de zaak zal kijken. De beslissing van de rechtbank blijft dan in stand. 

 

Moet ik een advocaat inschakelen en hoe zit het met de kosten voor een advocaat? 

Voor de procedure bij de rechtbank is het niet verplicht om een advocaat in te schakelen. In dit soort zaken wordt niet altijd een toevoeging verstrekt, omdat verondersteld wordt dat iemand zelf verdediging kan voeren. In uitzonderingsgevallen en in overleg met de Raad voor de Rechtsbijstand wordt er onder sommige omstandigheden wel een toevoeging verstrekt. Het is aan de Raad voor de Rechtsbijstand om de afweging te maken. Maar als er gegronde redenen zijn om een toevoeging aan te vragen, dan kan dit wel geprobeerd worden. 

 

In hoger beroep is het verplicht om een advocaat in te schakelen. Als degene op wie de maatregel toeziet in aannemelijk komt voor een toevoeging, dan kan er een toevoeging aangevraagd worden bij de Raad voor de Rechtsbijstand. De advocaat die je inschakelt zal de toevoeging aanvragen. Daarna zal er door de Raad voor de Rechtsbijstand worden beoordeeld of er een toevoeging wordt verstrekt. 

Heb je vragen over beschermingsmaatregelen? Neem gerust contact op. We denken graag met je mee.